maandag 2 juli 2007

dummy

fotoshoot uitnodiging



verzendklaar


wonen in school: de flaptekst

Wonen in school is een metafoor, een motto, een pleidooi voor kleinschalig, ontwikkelingsgericht onderwijs, met verantwoordelijkheid van alle deelnemers voor programma, uitvoering, beheer en externe contacten.
Maar Wonen in school is ook de nauwkeurige beschrijving van de jeugd van Ewout Cornelissen, vlak na de oorlog in Amsterdam-Zuid, vooral zijn beleving van het Montessori onderwijs.
Zijn autobiografie is opgebouwd aan de hand van het onderwijs dat hij gevolgd heeft. Hij woonde twaalf jaar in het Amsterdams Montessori Lyceum en zat zelfs bij zijn eigen ouders in de klas. Ewout vond de Montessori-methode kil, te rationeel, te analytisch, niet creatief genoeg, dus ging hij op zoek naar andere Reform pedagogen zoals Ligthart, Freinet en Boeke waarbij de relatie tussen student en teacher het uitgangspunt is. Zijn Meesters waren Roos Joosten-Chotzen en Fred Fischer. Er zouden nog vele banen, opleidingen (en delen van deze autobiografie) nodig zijn voor hij zijn pedagogisch-didactische ideeën in Deventer kon verwezenlijken.
Het Montessori Lyceum stond in Plan Zuid van Berlage. Monumentaal, maar melancholisch. Ook hier weer de dwang van een systeem: een uitgekiend stedenbouwkundig plan met massale bouwblokken van baksteen en paternalistische woningplattegronden van de Amsterdamse School-architectuur. Gelukkig kon hij vanuit zijn huis de Openluchtschool van Duiker zien. Icoon van het Nieuwe Bouwen. De omgeving van de Beethovenstraat stond aan de wieg van zijn latere studie planologie.
De derde grote pijler van zijn opvoeding, naast onderwijs en wonen, bestond uit de ongereflecteerde links-humanistische ideologie van zijn ouders. Ewout tracht zich van deze indoctrinatie te bevrijden door terug te gaan naar de roots van het communisme en anarchisme. Naar Karl Marx en Michael Bakoenin. De name-dropping van zijn vader moest een gezicht krijgen. Niet voor niets liet hij zich meeslepen door Provo.
Wonen in school is dus niet alleen maar een individuele jeugdgeschiedenis uit de Wederopbouwperiode, maar ook een polemiek met grote dwingende persoonlijkheden zoals Montessori, Berlage, Marx en zijn vader Otto Gottlieb Cornelissen.